Aquariumervaringen
met:
Amplexidiscus fenestrafer
(groot olifantsoor )
Oren zijn in het zeewateraquarium in vele soorten en
kleuren te houden. Een bak met voornamelijk oren als bewoner kan een plaatje
zijn doordat vele kleuren zoals fel gifgroen, blauw, steenrood, bruin, grijs
en een combinatie daarvan een waar kleurenpallet kunnen vormen.
Oren die geïmporteerd worden voor ons aquarium
houden in het algemeen van veel licht. Oren leven in combinatie met
symbiotische algen waarvan zij grotendeels afhankelijk zijn. De
"ruwe" oren die ook in symbiose met zooxantellen leven nemen nog wel
eens klein voedsel aan in de vorm van pekelkreeftjes en plantondiertjes. Ze
zijn daarvoor uitgerust met kleine tentakeltjes waarmee ze dat kleine voedsel
kunnen aannemen. Deze oren kunnen daarom met wat minder licht toe en zoals al
gememoreerd. Hoewel er ook oren bestaan die zonder zooxantellen leven, ze
leven solitair op grotere diepten, worden er tot nu toe bij mijn weten alleen
oren geïmporteerd die lichtbehoeftig zijn.

De beste manier om oren te voeren is de volgende
manier. U geeft het desbetreffende oor een heel klein beetje voedsel, bv met
behulp van een spuit. Het oor reageert hierop door zich als een tulp op te
bollen. Spuit nu nog een klein beetje fijn voedsel in die tulpopening. Het oor
zal zich sluiten en wanneer u niet te grote voedseldelen heeft ingespoten zal de vertering beginnen.Dit bijvoeren
hoeft maar sporadisch te gebeuren omdat de oren nog altijd hun symbiotische
algjes gebruiken. Oren vermenigvuldigen zich spontaan in het aquarium en de
meeste soorten zullen al binnen enkele maanden een tapijt gaan vormen. De
vermenig-vuldiging door middel van deling is vaak goed waar te nemen. Het oor
krijgt eerst twee mond-openingen die zich van elkaar gaan scheiden Zo ontstaan
er twee oren. Houd deze diertjes, en dat is heel belangrijk, vrij van algen,
wieren en grofvuil (zoals zand) en plaats ze niet in te sterke stroming.
Wanneer ze last hebben van teveel waterbeweging zullen ze loslaten en/of
wegkwijnen. Sommige soorten kunnen gevoelig zijn voor veel netelcellen in het
water, houd daar dus rekening mee. Oren zijn niet gevaarlijk
voor medebewoners, hoewel ze wel door (zwak) te netelen hun plekje
kunnen verdedigen cq uitbreiden. Maar zoals altijd bestaat
er een uitzondering die de regel bevestigd.
Oren die tot die uitzondering behoren, het zg grote olifantsoor wil ik deze keer even aanhalen. Het grote olifantsoor, ( Amplexidiscus fenestrafer ) is het grootste onder de oren en kan meer dan zo'n 25 cm in doorsnee worden. Grotere exemplaren tot zo'n 45 cm komen ook voor. Het zijn gemakkelijke dieren die gevoerd kunnen worden en gemakkelijk allerlei dierlijk voedsel tot zich nemen. Hier schuilt echter het gevaar. Dit oor kan ook een visje of een garnaal in de val lokken. Wanneer een argeloos visje of een garnaal wat voedselrestjes van het oor wil nemen kan het oor plotseling gaan bollen en het visje dat nu wordt opgesloten kan, wanneer het niet snel naar boven het oor weet te verlaten als voedsel worden geconsumeerd. Dit is meerdere malen bij verschillende liefhebbers voorgekomen, ook in mijn bakken. Op die manier ben ik een Royal gramma en een juffertje kwijtgeraakt. Misschien ook wel een paar garnalen.
Maar een gewaarschuwd mens telt voor twee, dus houd u
daar rekening mee.
Wetenschappelijke naam: Amplexidiscus
fenestrafer (groot olifantsoor)
Verspreidingsgebied:
Indische Oceaan, Grote Bariere Rif, Indonesië Houdbaarheid: Uitstekend
Belichting:
Veel licht, ook Tl-verlichtng voldoet prima.
Stroming:
Matig tot zwak
Kleur:
Bruin/groen
Vermeerdering:
A-sexueel d.m.v. knopvorming
Afmeting:
25cm (tot 45cm)
Watertemperatuur: 24
tot 28 graden